Mar
Ik steek mijn handen in het vieze afwaswater om voor de vierde keer een poging te wagen de vieze vaat schoon te krijgen. Ik vis net een vies bord uit het schuimige water als de babyfoon weer afgaat. ‘’Zijn speen’’, zeg ik tegen mezelf terwijl ik met mijn schuimhanden in een rondje naar een handdoekje zoek. Het water drupt van mijn handen op de grond. Als ik geen handdoekje kan vinden, besluit ik mijn handen maar gauw af te vegen aan mijn broek. Met natte vlekken en het schuim in mijn haar maak ik een sprongetje over de stofzuiger die midden in de kamer staat en vlieg ik naar boven. Levi graait naar zijn speen die hij niet te pakken krijgt. Tevreden sluit hij weer zijn ogen op het moment dat ik zijn speen in zijn mond stop.
Zachtjes loop ik de trap af en werp ik een minachtende blik naar de afwas. ‘’Dat doe ik straks wel’’. Ik plof op de bank en sluit even mijn ogen. ‘’Oh ja!, ik had vanmorgen de was aangezet’’. Ik kom weer omhoog en strompel de trap weer op en hang de was op. ‘’Zo, dat is in ieder geval klaar’’. Ondertussen ligt Levi alweer een uurtje te slapen en net als ik weer mijn plekje op de bank vindt, gaat de babyfoon weer. Ik zucht. ‘’Hij is wakker’’.
Als Levi en ik samen naar beneden komen, kijken we allebei even rustig rond. ‘’’Wat een chaos’’. Ik laat de boel maar de boel en besluit om even lekker in de tuin van het zonnetje te gaan genieten. Ik pak Levi lekker warm in en zet een stoel buiten. Als ik net goed en wel Levi voorzie van een heerlijk Liga, zie ik door het raam Tijs aankomen lopen. Als hij bij ons is, tovert hij lief een mooie bos rozen achter zijn rug vandaan en zegt: ‘’Gewoon, omdat ik van je hou’’. En gelijk ben ik alle drukte chaos van de middag vergeten…
Wat een schat!
