Wist je dat de Nederlandse vrijdag de dertiende in Griekenland op dinsdag de dertiende is? En dat het woord ‘ongeluksgetal’ dertien letters heeft? En wist je dat de officiële benaming van angst voor vrijdag de 13e Paraskevidekatriafobie is?
Nee, ik ook niet.
Eerlijk gezegd heb ik er ook niets mee. Vrijdag de dertiende. Voor mij een zelfde dag als donderdag de twaalfde. Een dag waarin ik mij misschien nog wel beter heb gevoeld dan woensdag de elfde. Een dag net als gister en net als morgen. Een dag vrij van ongelukken.
Een dag van plezier.



Als ik achter de computer zit wil ik mijn buurvrouw, die ik tegenwoordig meer zie als een vriendin dan een verre buur, een bericht sturen via de computer. Gek. Ze woont een paar huizen verderop. Waarom niet ouderwets aanbellen en het bericht persoonlijk vertellen.

‘Levi’, roept haar dochtertje als we binnenkomen. Ze hebben elkaar weer gevonden. Wij drinken koffie en zij spelen.

Ondertussen wordt haar kleinste wakker en de hondjes zijn onrustig. ‘Anders nemen wij haar even mee’, stel ik voor. ‘Heb jij een uurtje tijd voor jezelf en kunnen deze twee spelen’.
Zo gezegd zo gedaan. We spelen bij ons.



Als Levi begint te klappen, doen wij hem na. Voor hem het mooiste wat er is.




Tegen de middag gaan we naar boven en leggen we Levi op bed. Tijd voor zijn middagslaap. We sluipen de trap af en met het buurmeisje loop ik hand in hand terug naar haar huis en lever haar weer af bij haar moeder. Tijd om te gaan slapen.

Conclusie; Vrijdag de dertiende. Een perfecte dag.
Een geluksdag.


Nee. Het is nog geen één april en dit is geen flauwe grap. Deze foto’s zijn pure werkelijkheid. Het is waar; ik heb vandaag Levi zijn prachtige, volmaakte, volle bos krullen geknipt.
Heb ik gehuild? Ja, ik heb gehuild.
Ik weet zeker dat de mensen in mijn omgeving met een scheef hoofd zullen vragen: ‘Kim!, waarom?!’ Hoe heb je dat kunnen doen?!’. Een logische reactie. Levi zijn krullen maakten hem tot Levi. Het werd zijn ding. Levi met die mooie rode krullen. Iedereen op straat keek hem na. Oudere dames namen de moeite om naar ons toe te lopen om te vertellen hoe weg ze waren van zijn mooie haartjes. Nu niet meer.
Hoe mooi zijn krullen ook waren, er zaten ook nadelen aan. Als ik al de moeite nám om met Levi de strijd aan te gaan om zijn haar te borstelen, werd het één pluizige haardos waar geen gel tegenop kon. Borstelen zat er dus niet in met als gevolg; onmogelijke klitten achterop zijn hoofd. Vanmiddag zat ik met Levi op de bank en ik aaide hem over zijn hoofdje. Ik stopte gelijk bij een gil van hem. Mijn vinger zat vast in zijn rommelige krul. ‘Knip er gewoon een stukje af’, zei Tijs. Ik stond op en pakte een schaar.




Ik heb het gedaan. Een week geleden had ik je uitgelachen als je tegen me gezegd zou hebben dat ik vandaag zijn haar zou knippen. Toch is het gebeurd. Impulsief. Levi is bevrijd van zijn akelige klitten. Ik kan weer met hem knuffelen en mijn vingers weer door zijn haar halen. Heerlijk. En ach, voordat ik het doorheb zit het er alweer aan.We komen er wel weer overheen en er gebeuren ergere dingen in de wereld.
Zoals een klein kortharig boefje die zijn twee onmisbare spenen in het vollopende bad gooit aan het eind van de middag.






Aap en Konijn hebben hun nodige wasbeurt gehad en de middag doorgebracht op de verwarming. Een half uurtje voordat Levi naar bed ging heeft Tijs ze nog verwend met de föhn. Ze waren op tijd droog.
Gelukkig. Levi, Aap en Konijn kunnen rustig en schoon naar bed.
Al met al een geknipte dag.
Liefs
Voordat ik het doorheb staat hij al buiten. In de tuin. Bij het hek.
Het hek staat open. Te laat. We moeten erachteraan.


We pakken hem op en zetten hem met zijn neus in de goede richting. Richting de supermarkt.
Maar het helpt niet.
Hij is alweer weg.


Zijn beentjes beginnen een eigen leven te leiden. Het onderstel van Levi bepaalt een richting en het bovenstel volgt.
In het begin maakte ik mij druk om net gewassen broekjes die gelijk in de modder belandden en bij thuiskomst regelrecht de wasmachine weer inkonden. Nu niet meer. Het heeft geen zin. Ik laat hem maar geworden en pak thuis wel weer een ander broekje.
Op de terugweg vanaf de supermarkt zeggen we gedag tegen de geitjes.
Ze zeiden niks terug.
Voor Levi geen reden om niet te ravotten.




Als ik hem zo zie ben ik volledig gelukkig.
Als hij geniet, geniet ik ook.



Moederliefde.
Het mooiste wat er is.
Ontlading aan het einde van de dag.
Warm water en veel schuim.
Badderen.





Vanmiddag zijn we bezig geweest om Levi zijn kamer op te ruimen. De stofzuiger en een sopje mee naar boven en schoonmaken. Het klinkt vrij simpel ,maar met een klein monstertje erbij blijft het vaak een troep.
Het is niet handig om de deur van je kledingkast open te laten staan. Ik ruim het op, Levi gooit het weer terug. Een vicieuze cirkel.
Lastig.




Ik kom het boekje tegen die ik Levi had willen voorlezen, omdat hij een broertje of een zusje zou krijgen. Gelijk voel ik die leegte weer.
Geen buitelende baby


Zo. Schoon. Nu gauw de deur dicht en laten zo.
Tijs en ik maken ons eigen bed gauw nog even op. Voor Levi een kans om te stoeien met het dekbed.



Na al het ‘harde werken’ eten we een broodje en nemen we de rest van de dag zoals hij komt.
Het is wel goed zo.


Liefs
Januari. Dé maand van de bekende goede voornemens die we in het begin van februari vaak alweer vergeten zijn om vervolgens de rest van het jaar weer net zo te gaan leven als de elf maanden daarvoor. Nee, voor mij dit jaar geen beloftes waarvan ik weet dat ik ze niet na kan komen.
Wel heb ik met Tijs afgesproken dat we vaker een ongezonde snack kunnen vervangen door een gezonde snack. In plaats van een koek een stuk komkommer. In plaats van romige chocoladevla een kom magere yoghurt. Verse groenten in plaats van groenten uit blik. Het afgelopen jaar hebben wij qua eten meer gekozen voor kwantiteit dan kwaliteit. Het moest snel en vooral makkelijk zijn. Geen gedoe en niet uren in de keuken staan. Levi had nog geen vast ritme, waardoor we geen vaste eettijden konden inplannen. Nu is dat veranderd en eten wij elke dag rond vijf uur. Tijs voor kwaliteit dus.
Zo zaten wij gisteravond achter de televisie met verse stukjes bleekselderij, komkommer en paprika. Tijs had van te voren uit de kast wat potjes bij elkaar gezocht en op gevoel een dipsausje gemaakt;
Ingrediënten:
Magere yoghurt
Verse knoflook
Ketjap Manis
Japanse sojasaus
Zout en peper
Paprikapoeder
Bieslook
Verantwoord snacken dus. En ik moet eerlijk zeggen dat ik het misschien wel lekkerder vond dan een opengetrokken zak chips.

Een nieuwe dag van een nieuwe week. Het is maandagochtend en Tijs heeft om half negen een afspraak in het ziekenhuis. Zijn gips wordt vervangen en er moet een nieuwe foto van zijn botbreuk gemaakt worden. Tijs mag niet autorijden dus Levi en ik zijn een soort van vervoerspersonen geworden. Ik doe het met liefde en vind het geen probleem.
‘Meneer Emmelkamp’, roept de dokter de wachtkamer in. Tijs volgt de man en Levi en ik blijven samen achter. Gelukkig hebben ze rekening gehouden met kinderen en kan Levi spelen. Er zit maar één ding op. Net als vorige week moeten we wachten.
Dus dat doen we.
Wachten.

Lang wachten.




Een kijkje nemen op de gang.



En nog weer even wachten.

Als Levi en ik alle schuifdeuren en kinderattributen in de buurt van de wachtkamer hebben gehad komt Tijs eindelijk uit de gipskamer. Een groene arm deze keer. Zijn blauwe gips is vervangen voor groen gips. Als Tijs een kop koffie heeft gedronken kunnen we gaan.
We besluiten om op de terugweg langs de Ikea te rijden voor een euro ontbijtje. ‘We komen er toch langs’. En aangezien wij vanmorgen geen tijd meer hadden om te ontbijten is het ook wel lekker.



‘Valkommen Ater’, aldus Ikea.
In het hoekje van ons bad zit Levi onderuitgezakt te ontspannen en brabbelt onverstaanbaar een verhaal de badkamer in. Ik leun hangend over de badrand en zit hem te observeren. Hij kijkt mij aan en trekt zichzelf aan de rand van het bad omhoog en schuifelt mijn kant op. Zijn blote buikje drukt tegen mijn armen aan en ik zie zijn hoofdje mijn hoofd opzoeken. Zijn hoofdje gaat scheef en vervolgens drukt hij zijn lieve lipjes zachtjes tegen mijn mond aan. ‘Krijgt mama een kusje?’, vraag ik hem. Hij lacht en gaat weer in het warme water zitten.
‘Dit zijn die momenten’, denk ik bij mezelf en ik voel mij moeder op haar trotst.
Weekend.
Zaterdag rijden we aan het eind van de ochtend naar mijn moeder om patatjes te eten. Het is een rustig dagje. Ik lees mijn nieuwe boek, Tijs zit naast mij en leest en de krant en Levi kijkt televisie.



Het is een boek die mij in haar verhaal meesleept. Een ontroerend verhaal waarin de basis van ons eigen dagelijks leven naar voren komt. Een boek waardoor ik inzie hoe uitgebreid en overdone ons leven soms kan zijn. Jack is vijf en nog nooit buiten geweest. Het is een aanrader.


Zaterdagavond gaat de telefoon en Tijs neemt op. ‘Kim, heb je zin om morgen te gaan zwemmen?’, vraagt Tijs aan mij naar aanleiding van een vraag aan de andere kant van de telefoon. ‘Ja leuk!’, zeg ik enthousiast.
Onze buren een paar huizen verderop zijn ongeveer net zo oud als ons en hebben twee kindjes. Een meisje van twee en een pasgeboren baby’tje. Het is fijn om mensen in je vriendenkring te hebben die in dezelfde gezinssituatie zitten als jezelf. Daarbij is het voor Levi ook leuk en leerzaam om een leeftijdsgenootje te hebben, waar hij zo af en toe mee kan spelen. Het klikt goed en elke keer is het gezellig. ‘Tot morgen!’, en de telefoon wordt weer neergelegd.
Zondagochtend.
We gaan zwemmen.

Nu Levi loopt moet hij zwembandjes om. De vloer is glad en het gaat elke keer nog nét goed.




De jongste die met ons mee is lijkt tevreden en geniet van het water.

Als ik die kleine zo zie voel ik geen verdriet of jaloezie. Ik krijg alleen de bevestiging dat ik zeker weet dat ik weer een baby’tje wil. Het verlangen om weer zwanger te worden groeit met de dag. Ik geef het de tijd en zie wel wat er op ons pad komt.
Nu eerst Levi en wij.



Als iedereen weer droog een aangekleed is eten we met ons allen nog iets en gaan we weer naar huis.
Thuis kan levi zijn oogjes niet meer open houden en valt in een diepe coma.
Een heerlijk rustig en nat weekend.
Liefs
At Levi iets te gretig een té zuur mandarijntje.
Met alle gevolgen van dien;

Heb ik nog steeds geen spijt wat betreft mijn geknipte pony.
Ik ben blij dat ik kan zeggen dat het een geslaagde knip beurt is geweest.


Heeft het verdwijnen van de kerstboom plaats gecreëerd voor Levi zijn oude vertrouwde speelhoek.
Ik vind het belangrijk dat Levi een plek in huis heeft waar hij zich terug kan trekken. Zijn lievelingsspeelgoed ligt altijd klaar en hij weet alles te vinden. Aan het eind van de dag ligt de woonkamer bezaaid met speelgoed. Ik vond het elke dag steeds meer een vervelende taak om het op te ruimen. ´Morgenochtend ligt alles gelijk toch weer door de kamer´. Nu Levi zijn eigen speelhoekje heeft, is het opruimen zo klaar.
Levi zijn voordeel. Wij ons voordeel.


Gingen we langs de kringloop in de hoop om een soort van schutting te vinden.
Ik zou alles prima vinden. Als het ons maar scheid van onze buurman en het speeltuintje achter.


Maar helaas. Niks.
Onze tuin is en blijft voorlopig nog voor wat het is. Even een nieuwe schutting kopen zit er nu niet in. Hier hadden wij natuurlijk ook niet op kunnen rekenen. Gelukkig is het geen zomer en zitten we nu niet in de tuin. Het uitzicht naar de achtertuin is alleen wel vreselijk achteruitgegaan.
Nog steeds balen dus.
Een middagje spelen met het buurmeisje maakt een hoop goed.


Deze week.
Buiten storm, maar binnen rustig.
Liefs.
Er is vandaag een nieuw uitslaap record verbroken.
Het is twintig voor tien als ik uit mijn bed stap om Levi eruit te halen. Levi heeft ons laten uitslapen. Als ik bij het binnen komen in de kamer de wijzer op de klok richting de tien zie wijzen weet ik dat dit een uniek moment is.
‘Dank je lieve Levi.’


Na een ochtend uitslapen, is Levi rond half twaalf nog lang niet klaar voor zijn middagslaapje. ‘Zullen we straks anders even bij die gezellige meneer Mc Donalds langs?’, vraag ik aan Tijs met een knipoog. Met ons drietjes eten bij de Mac Donalds is in ons gezinnetje ook uniek, maar ik besluit dat Leev vandaag wel een Happy Meal heeft verdient.
Als we uit de auto stappen waaien we bijna omver. Storm heeft ervoor gekozen om nog even bij ons te blijven en Levi zijn krullen waaien alle kanten op. Binnen is het warm en komen de geuren van patatjes en hamburgers ons tegemoet als we door de schuifdeuren naar binnen lopen en onze bestelling doen.
‘Eén Happy Meal, een Big Mac menu en twee hamburgers en frites’.
‘Wilt u er ook fritessaus bij?’
‘Ja dat willen we’.
Met een vol dienblad zoeken we het kinderhoekje op en kunnen we eten. Zo fout, maar af en toe zo lekker.




Op de terugweg nemen we een toeristische route en verbazen we ons over alle weilanden die langzamerhand blank komen te staan.



Als ik even uit de auto stap om een foto te maken, hoor ik een harde knal en zie ik naast mijn voeten een dikke tak vallen. Ik bedenk mij niet en stap gauw weer de auto in. Terug naar huis waar het warm en windstil is.

Thuis hang ik Levi zijn natte kleertjes over de verwarming en krijgt hij een schone, warme pyjama aan en leg ik hem in zijn slaapzak op bed.
‘Slaap lekker schat’. En ik loop naar beneden.
Tijd voor een kop verse thee.

Storm heeft een fris windje door onze tuin geblazen en vond het blijkbaar tijd voor een metamorfose.
Balen dus.

Vandaag hadden we onze vierde afspraak bij het Fiom. Ik merk aan mezelf dat ik de gesprekken zwaar begin te vinden. Om de twee week hebben wij een gesprek en elke keer begin ik het een week van te voren te merken. Ik word stiller en keer in mezelf. Onze maatschappelijk werker komt elk gesprek dichterbij mijn gevoel. Dichter bij dan ik van te voren had verwacht. Hij haalt dingen bij mij naar boven, waarvan ik zelf niet eens wist dat het er zat.
Voor het gemak nemen we de bus en op de heenreis begin ik het alweer te voelen. Ik wil liever niet heen. Dan maar zwak en opgeven. Gewoon weer naar huis. Waar het vertrouwd en bekend is. Waar ik mezelf voor de gek kan blijven houden en waar ik gewoon verstoppertje met mijn gevoel kan spelen.
Maar ik dwing mezelf. ‘Kom op Kim, je doet dit niet voor niks’. Uiteindelijk zal ik er alleen maar sterker door worden. Ik moet er gewoon doorheen.
Niet overleven, maar doorleven; zoals de maatschappelijk werker het zegt.



Zoals elke keer ben ik na afloop kapot en wil ik maar één ding; naar huis.
We moeten nog wachten op de bus en besluiten om in de tussentijd een patatje te eten. Een hapje eten helpt wel en ik voel me wat beter. (Over troostvoedsel gesproken.)



Levi is lekker aan het snoepen bij oma als we hem weer ophalen.
Wat een snoetje.


‘Ik wil nog even een boek kopen op de terugweg’, zeg ik tegen Tijs als we in de auto stappen om naar huis te rijden. Ik heb zin om vanavond op tijd in bed te kruipen met een boek. Een ander verhaal. Een verhaal waar ik zelf even niet in voorkom. Ik koop ‘Kamer’ van Emma Donoghue. Een boek over een jongetje van vijf die nog nooit buiten is geweest. Ook koop ik ‘Over van alles, maar vooral over de liefde’ van Tiny Fisscher. Een luchtig boekje waar je niet veel bij na hoeft te denken.
Ik kan mij nu al verheugen op vanavond. Wegkruipen onder de dekens met een kop thee. Ongelofelijk cliché, maar zo lekker.
Fijne avond.
In de verte hoor ik vallende blokken en ik hoor Tijs lachen. Het geluid trekt mij uit mijn droom. Ik zet mijn ogen op een kiertje en ben verward.
Ken je die dromen waarin je achtervolgd wordt? Je wil wel vluchten, maar het lukt je niet. Ik wou wel rennen en mij verstoppen, maar mijn benen waren te zwaar. Mijn lichaam deed niet wat mijn hoofd haar opdroeg. Net op het moment dat ik in elkaar gedoken in een hoekje werd gevonden door een nóg onbekende achtervolger, word ik wakker.
Wakker door de realiteit. De vermoeiende droom flitst nog een keer door mijn gedachten en ik stap uit bed. Na een kom chocoschelpjes met melk, denk ik terug aan gister.
Nieuwjaarsdag.

Voordat ik begin wil ik jullie eerst de briljante tip geven om nieuwjaarsdag niet door te brengen in het ziekenhuis. (Dit kan natuurlijk alleen als je niet nét als ik in een relatie zit met iemand die in oudjaarsnacht van zijn fiets valt en vervolgens zijn hand breekt.)
Dus, ja. Tijs en ik hebben onze eerste dag van het veelbelovende nieuwe tweeduizend twaalf doorgebracht in een muffe wachtkamer. Een wachtkamer waarin geen tijdschriften lagen die geschikt zijn voor vrouwen, waar je je koffie zelf moest betalen en waar vooral ‘vuurwerk’ spoedgevallen onder het bloed de nodige voorrang kregen. Wat stelt een gebroken pink ook voor als er een jongen tegenover je zit met een enorme witte lap geplakt op zijn oog, doordrenkt van het bloed in een rolstoel zit en eruit ziet alsof hij niet eens meer kan praten. Nee, wij wachten wel.
Als Tijs zijn vriendin wacht ik braaf mee, maar kijk wel steeds op de klok. Om vier uur begint de high tea bij mijn moeder en mijn maag begint te knorren als ik denk aan vers gebakken brownies. De klok staat onderhand op kwart voor drie en we zijn nog lang niet aan de beurt. Als Tijs eindelijk om half vier een foto van zijn hand heeft laten maken, besluiten we dat ik alvast ga en dat ik hem weer ophaal als hij in het gips zit. ‘Het kan nog wel een uurtje duren’, zei de zuster tegen Tijs nadat de uitslag van de foto binnen was.
Ik ga weg. Tijs blijft gebroken achter.
Als ik bij de high tea aankom ziet alles er heerlijk en gezellig uit. De tafel is gedekt en het staat vol met lekker zoete hapjes.



Gesmolten chocolade met aardbeien, cup cakes, brownies en oliebollen zijn de eerste gang. We beginnen met zoet en eindigen met hartig. Sandwiches met zalm, roomkaas met rucola en salades. Heerlijk. Als de broodjes bijna klaar zijn belt Tijs. Zijn arm zit in het gips en hij kan naar huis.
Kan hij nog net even mee snoepen.


Een nieuwjaarsdag dat begon met wachten en pijn en eindigde met voldoening en gezelligheid.
Liefs
Follow my blog with Bloglovin