Author Archive
Om even ons geheugen op te frissen; zo zag onze tuin er op vier januari uit.
Een ravage. Een doorgewaaide tuin, waar – dankzij de storm- niks van overbleef.

Nu vandaag op achtentwintig maart ziet onze tuin er zo uit.

Perfect? Nee, nog niet, maar al wel een stuk beter.
Met de vrieskou van de afgelopen maanden, konden wij in de tuin niks doen. Nu het mooi weer is zijn wij druk bezig geweest. Geen week om Tijs zijn huwelijksaanzoek te vieren, maar een week om de boel een beetje op te knappen.



Levi heeft ruimte om te spelen. Hij is niet meer weg te slaan uit zijn nieuwe speelparadijs. Steentjes verzamelen, gras proeven, beestjes bekijken en vooral genieten van de warme zonnestralen op zijn glanzende haren.



Tijs heeft het pad naar de voordeur opnieuw aangelegd en alle planten uit de voortuin gehaald. De planten hebben een nieuw plekje gekregen in onze zonnige achtertuin. Wij hebben geen zon in onze voortuin, dus we moeten op zoek naar schaduwplanten. Helaas zit mijn aanstaande nu weer een week aan boord, waardoor alles stil ligt. Levi en ik zijn nu een week ‘verplicht’ om van de tuin en de zon te genieten. Moeilijk, want het is nog lang niet klaar.

Als Tijs weer terug is, gaan we verder. Een schutting plaatsen en nieuwe plantjes poten.
Zal het dan klaar zijn?
Ik denk het niet.
Liefs xo
Om zes uur staat Tijs op om in de vroege ochtend foto’s te gaan maken. ‘Dat is mooi met de opkomende zon’, zegt hij. Aangezien de vroege ochtend geluidjes van Levi nog niet uit zijn kamer klinken, draai ik mij direct weer om en verklaar ik hem voor gek.
Rond zeven uur is Levi wakker en staan wij op om met het ochtendritueel te beginnen. Sesamstraat en een ontbijtje. Terwijl Ernie vrolijk met zijn badeendje in bad zit te zingen tot ergernis van Bert die zijn krant in alle stilte probeert te lezen , komt Tijs de voordeur binnen. Hij pakt de kaartlezer en kruipt achter de computer. ‘Ik heb zulke mooie foto’s gemaakt Kim, kom maar eens kijken’. Hij heeft zijn jas nog aan. Ja, straks oké?’ ‘Nee, nu even’. Met een zucht sta ik op en loop ik naar de computer. Op het beeldscherm staat een foto van een weiland in lage ochtendmist. ‘Mooi’, zeg ik en ik wil weer opstaan. ‘Nee, je moet verder klikken’. Drie foto’s verder blijf ik steken;

Ik moet de tekst even drie keer lezen. ‘Lees ik het nou goed? Zou dit soms een flauw grapje zijn? Tijs kijkt over zijn schouder met mij mee en gaat naast mij op één knie zitten. ‘Lieve schat, wil je mijn vrouw worden?’
‘Ja, dat wil ik’, antwoord ik.
Hij heeft mij ten huwelijk gevraagd! Tijs heeft mij gevraagd of ik met hem wil trouwen. Of ik zijn vrouw wil worden. ‘Als je dan toch ‘ja’ zou zeggen tegen een man met dyslectie, vraag ik je ook gelijk maar dyslectie’. Ik moet lachen, want het maakt mij niks uit. Ik wil.
‘Maar hoe en wanneer heb je dat gedaan?’. Tijs legt uit dat hij met wc papier in een weiland de tekst heeft uitgerold en vervolgens in een boom de foto heeft gemaakt. Ik snap er niks van. ‘Dus terwijl ik lag te slapen, heb jij dat allemaal gedaan?’ Hij moet lachen. Het maakt ook eigenlijk niks meer uit. Ik wil niks liever dan zijn vrouw worden en mijn leven met hem delen.
Tijs en Kim; nu nog vriend en vriendin, straks man en vrouw.
Man en vrouw.
In voor en tegenspoed.
xo
Een paar veranderingen in huis.
Levi zijn eigen hoekje heeft plaatsgemaakt voor een eigen muurtje. Een muurtje waar hij aan kan knutselen, puzzels maken en torens bouwen. Zijn speelgoed zit in de beige poef en in de drie mandjes van het witte kastje. Opgeruimd, maar binnen Levi zijn handbereik.

Om hier ruimte voor te creëren hebben wij onze wijnkast verplaatst naar de achterkamer. De kast staat nu nog vol met dvd’s, maar die wil ik vervangen met glazen en borden.
Zo heb ik al het servies om de tafel mee te dekken direct naast de eetkamertafel.
Handig en logisch lijkt mij.


Een lief bloemetje met kaarsjes wat ik als spontaan cadeautje heb gekregen van een vriendin. Zoiets maakt mijn week goed en het staat te pronken op de eetkamertafel.

Sinds Levi door heeft gekregen dat de achterdeur naar een nieuw paradijs vol nieuwe ontdekkingen leid, is hij niet uit de tuin weg te slaan. Ik heb een glijbaantje voor hem op het grasveld gezet en hij heeft de grootste lol.





En Heaven zijn boompje krijgt met dit heerlijke weer ook zijn versiering.

Met het mooie weer heb ik zin om in de tuin bezig te gaan. Nieuwe plantjes kopen en planten, de tuin aanvegen en met een stoel in het zonnetje met een kop koffie van de zonnestralen genieten.
Ik heb zin in de komende zon dagen.
Welkom lente.
Negen maart. Mijn uitgerekende datum.
Een datum waar ik nog steeds naar toe leefde, terwijl er niks meer zou gebeuren. Ik voelde mij zwanger, maar met een lege buik. Mijn bevalling was al geweest, maar negen maart bleef. Alsof er nog ‘iets’ ging gebeuren. Om negen maart te laten tellen, besloten Tijs en ik op onze uitgerekende datum een tattoo te laten zetten. Een manier om vast te leggen wat er is gebeurd, maar ook een manier om het nu na negen maanden af te sluiten. Het zal altijd een deel van ons leven zijn, maar nu na negen maanden kijken wij vooruit. Toekomst. Nieuwe dingen.


Mijn tattoo vertelt dat een uiltje niet in een kooi kan overleven. Een uil hoort vrij te zijn. Net zoals Heaven mijn zwangerschap niet kon overleven. Heaven moest vrij gelaten worden. Hij blijft op mijn tak zitten, maar het kooitje is dicht. Hij zal altijd bij ons horen, maar wij moeten verder. De drie blaadjes staan voor Tijs, Levi en ik. Negen maart is voor ons een bijzondere dag geweest waar ik onverwachts toch erg veel last van heb gehad. Een lege kamer. Geen kraamvisite. Geen geboortekaartjes. Geen kraambed. Geen wiegje.
Nu is het tijd voor mooi weer. Uitjes en dingen ondernemen. Tijd voor een nieuw begin.


Dat doe ik vandaag.
Ik vier mijn vierentwintigste verjaardag.



Gezelligheid met familie, vriendinnen en schoonfamilie, maar niet met Tijs. Hij is aan boord.
Afgelopen woensdag is hij aan boord gegaan en bleven Levi, ik en Bella thuis achter. Het is wennen. Ik moet een nieuw ritme zoeken. Een ritme wat bij ons drietjes past. Ik had verwacht dat ik mij eenzaam zou voelen en mij zou vervelen. Nu de week bijna voorbij is, realiseer ik mij dat ik geen tijd heb gehad om mij te vervelen of mij eenzaam te voelen.

We hebben het druk.





Ik geniet van het samen zijn met mijn kindje, maar ik mis Tijs enorm. Ik kijk uit naar woensdag.
Afgelopen woensdag heb ik een pak Yakult gekocht. Een pak met zeven flesjes. Goed voor mijn onstabiele darmen, maar ook voor het aftellen. Er liggen nog twee in de koelkast. Als die op zijn is Tijs de volgende ochtend weer thuis.Weer met ons drietjes voor een weekje.
Omdat Tijs het nu niet kan doen geef ik mezelf maar een hand en wens ik mijzelf een fijne verjaardag.
‘Gefeliciteerd lieve Kim’.
Liefs.
De bank en ik.
De afgelopen dagen onafscheidelijk.
Nadat ik mij beter begon te voelen van de hardnekkige verkoudheid stond er alweer een nieuwe infectie virus om de hoek op mij te wachten; cryptosporidium, welteverstaan. Ik dacht eerst aan een buikgriepje. ‘Gaat vanzelf wel weer over’, zei ik. Nu twee weken later en twee doktersbezoekjes verder, blijkt het dat er ‘beestjes’ zich bivakkeren in mijn darmen. Enorme buikkrampen houden mij in de nacht wakker en kluisteren mij in huis. ´Het kan aanhouden tot drie weken´, zei de dokter met vervelend lachje. Nog een week dus. Ik ben moe en futloos. Mijn eetlust is weg. Ik ben er zat van en wil beter worden. Veel drinken blijkt te helpen.
Dat moet ik dan maar doen.
Gelukkig zijn er twee vriendinnen langs geweest en hebben ze voor mij gekookt. Kip met pesto en geroosterde paprika.
Met kaarslicht hebben wij heerlijk gegeten.



Tijs heeft mij verwend met een lief tompoesje.

En helpt Levi mij met schoonmaken.
Hij komt op een leeftijd dat hij mij begint na te doen. Als hij mij ziet schoonmaken, doet hij mij na. Als hij mij mijn haar ziet borstelen doet hij mij na. Hij wordt groter.



We hebben besloten om de salontafel tijdelijk uit de woonkamer te halen. Meer speel en loop ruimte. Heerlijk.


Gelukkig neemt Tijs Levi af en toe mee naar buiten. Een frisse neus halen.
Niet zonder de slee natuurlijk.



Nu nog ziek. Straks weer beter.
Hoop ik.
Liefs.
De Elfstedentocht (Fries: Âlvestêdetocht) is een bijna 200 kilometer lange schaatstocht over natuurijs die wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats. De Elfstedentocht werd voor het eerst in 1909 gereden en wordt maximaal eenmaal per winter gehouden. De tocht kan alleen georganiseerd worden als de toestand van het ijs het toelaat. In totaal werd de tocht vijftien maal verreden. De laatste tocht vond plaats in 1997.
Zodra je de radio of de televisie aanzet vliegen de termen; dik ijs, Friesland, ijstransplantaties en Bartlehiem je om de oren. ‘Elfstedenkoorts’, zoals ze het noemen. Persoonlijk heb ik niets met schaatsen, maar als wij afgelopen weekend een kijkje nemen op het ijs, baal ik dat ik niet meer in het bezit ben van schaatsen.
Gewoon even proberen. Kijken of ik het nog kan.
Maar helaas. Wij doen het met schoenen en kijken toe.



Traditioneel wordt er warme chocolademelk en soep gemaakt voor de fanatieke schaatsers.


Wij hebben zo onze eigen manier om op te warmen.



Het geluid van de schaatsen en de striemen die de schaatsers in de sneeuw achterlaten, geven mij het échte wintergevoel.
Het is lang geleden dat ik zoveel mensen bij elkaar en met elkaar heb zien schaatsen.



Het was koud, maar het plaatje was ongelooflijk mooi. Hollands op zijn top.
Voor de echte liefhebbers hoop ik dat het doorzet en dat die blijkbaar zo gewilde Elfstedentocht door kan gaan.
De liefhebbers mogen het doen. Ik bekijk het dan wel thuis.
Warm vanaf de bank.
Liefs.
Er komt verandering in onze toekomst.
Na een tijd thuis te hebben gezeten, lijkt het er nu toch echt op dat Tijs werk heeft gevonden.
Tijs heeft vroeger vanaf zijn zeventiende tot aan zijn vijfentwintigste in de binnenvaart als beginnende Matroos en later als Stuurman gewerkt. Op het moment dat hij gedag zei tegen het werken op het water, wou hij aan wal gaan werken. Tot aan vandaag heeft hij hier zijn draai niet kunnen vinden. Hij mist het kabbelende water. Hij mist het harde werken op een schip.
‘Eens een schipper, altijd een schipper’, zoals hij altijd zegt.



Hij heeft het er vaker over gehad, maar onze situatie was onstabiel. Het werken in de binnenvaart betekent één of twee weken op het water en daarna één of twee weken aan wal. Thuis dus. Ons leven was veranderlijk en onstabiel. Ik kon het niet voor me zien dat hij één of twee volle weken van huis weg zou zijn. Ik zou dat niet trekken.
Toen niet.


Nu is het anders.
Er is weer ritme in ons gezin. Ik ben geduldiger, gelukkiger en stabieler. Ik kan het nu aan. Het zou misschien juist goed voor ons zijn. Ik krijg dan de kans om hem te missen. Weer naar hem te verlangen. Ik kan uitkijken naar die dag dat hij weer thuis komt.
Waar we nu vierentwintig uur per dag op elkaars lip zitten, zullen we dan onze ‘eigen’ dingen krijgen. Niet meer alleen ‘wij’. Ook ‘ik’ en ‘jij’.


Tijs is er klaar voor en ik ben er klaar voor. Na zeven jaar vaar ervaring had hij nog wat mensen die hij kon bellen en het balletje begon te rollen. Nu vandaag op drie februari heeft Tijs een schip gevonden. Hij mag varen. Vijftien februari gaat hij aan boord en zal ik hem voor het eerst één week moeten missen. ‘Godzijdank één week en niet twee weken’. Mijn beloning zal zijn om hem daarna weer een week thuis te hebben. Woensdag tot woensdag.
Ik ben benieuwd. Ons leven zal veranderen. Zijn leven. Mijn leven. Hij aan boord en ik samen met Levi thuis.

Spannend.
Samen met Levi thuis. Alleen wij tweetjes. Een dubbelgevoel. Missen en genieten.
Liefs.
Wit. Eindelijk wit.
Een wit uitzicht als wij naar buiten kijken. Dertig januari en de straat is voor het eerst licht bedekt met kleine sneeuwvlokjes.
Het is dan wel niet veel, maar wel iets.

Terwijl Tijs zich klaarmaakt om te vertrekken nar het ziekenhuis om zijn gips te laten verwijderen, maken Levi, Bella en ik ons klaar voor een frisse ochtendwandeling.



Levi kan nog nét gluren.



Een frisse wandeling veranderde in een koude wandeling. Met rode neusjes en rode wangen komen wij weer thuis en treffen wij Tijs aan met twee zichtbare handen. Eindelijk. Zijn gips is eraf.
Zodra Levi weer op temperatuur is krijgt hij chippies. Zijn onweerstaanbare favoriet wat altijd boven een broodje pindakaas gaat.
Niet net zo voedzaam, wel net zo lekker.


Gister heeft Levi een boek gekregen van zijn opa. Een groot dik sprookjesboek. Een mooie kaft en binnenin dikke bladzijden die niet direct bij een eerste beste bijt stuk gaan.
Voorlopig is het plaatjes kijken, maar als hij ouder is zal dit boek een plekje krijgen op zijn kamertje. Naast de voorleesstoel.

Nu heeft Levi een ‘kleinste’ een hoop ‘tussenin’ en een ‘grootste’ boek.

Dat word volop voorlezen.
Leerzaam. Altijd goed.
Liefs.

Snotneuzen, koortsig en bankhangen. Dat waren de ingrediënten in ons huis de afgelopen dagen. Levi en ik waren koortsig en snotverkouden.
Ken je dat? Wel willen snuiten, maar het komt niet naar buiten. Alles zat vast en vol. Wel dorst en honger, maar geen smaak en een droge keel. Wel willen slapen, maar in bed je draai niet kunnen vinden en moeilijk kunnen ademen. Levi wou niks.

Ik heb dekens en knuffels naar beneden gehaald hem zijn gang maar laten gaan.


Lekker rollebollen en stoeien.



En af en toe een rustpauze inlassen.

Levi is de laatste dagen gek op dozen. Je kan erin klimmen, eruit klimmen, spullen ingooien en er weer uitgooien. En natuurlijk verzamelen.
Zo simpel, maar zo leuk.




Ondertussen zijn we alweer wat opgeknapt en kunnen we langzaam aan onze dagelijkse dingetjes weer oppakken.
Samen ziek zijn is niet altijd vervelend.
Eerder gezellig.
Liefs.