February 2012 archive
Dat doe ik vandaag.
Ik vier mijn vierentwintigste verjaardag.



Gezelligheid met familie, vriendinnen en schoonfamilie, maar niet met Tijs. Hij is aan boord.
Afgelopen woensdag is hij aan boord gegaan en bleven Levi, ik en Bella thuis achter. Het is wennen. Ik moet een nieuw ritme zoeken. Een ritme wat bij ons drietjes past. Ik had verwacht dat ik mij eenzaam zou voelen en mij zou vervelen. Nu de week bijna voorbij is, realiseer ik mij dat ik geen tijd heb gehad om mij te vervelen of mij eenzaam te voelen.

We hebben het druk.





Ik geniet van het samen zijn met mijn kindje, maar ik mis Tijs enorm. Ik kijk uit naar woensdag.
Afgelopen woensdag heb ik een pak Yakult gekocht. Een pak met zeven flesjes. Goed voor mijn onstabiele darmen, maar ook voor het aftellen. Er liggen nog twee in de koelkast. Als die op zijn is Tijs de volgende ochtend weer thuis.Weer met ons drietjes voor een weekje.
Omdat Tijs het nu niet kan doen geef ik mezelf maar een hand en wens ik mijzelf een fijne verjaardag.
‘Gefeliciteerd lieve Kim’.
Liefs.
De bank en ik.
De afgelopen dagen onafscheidelijk.
Nadat ik mij beter begon te voelen van de hardnekkige verkoudheid stond er alweer een nieuwe infectie virus om de hoek op mij te wachten; cryptosporidium, welteverstaan. Ik dacht eerst aan een buikgriepje. ‘Gaat vanzelf wel weer over’, zei ik. Nu twee weken later en twee doktersbezoekjes verder, blijkt het dat er ‘beestjes’ zich bivakkeren in mijn darmen. Enorme buikkrampen houden mij in de nacht wakker en kluisteren mij in huis. ´Het kan aanhouden tot drie weken´, zei de dokter met vervelend lachje. Nog een week dus. Ik ben moe en futloos. Mijn eetlust is weg. Ik ben er zat van en wil beter worden. Veel drinken blijkt te helpen.
Dat moet ik dan maar doen.
Gelukkig zijn er twee vriendinnen langs geweest en hebben ze voor mij gekookt. Kip met pesto en geroosterde paprika.
Met kaarslicht hebben wij heerlijk gegeten.



Tijs heeft mij verwend met een lief tompoesje.

En helpt Levi mij met schoonmaken.
Hij komt op een leeftijd dat hij mij begint na te doen. Als hij mij ziet schoonmaken, doet hij mij na. Als hij mij mijn haar ziet borstelen doet hij mij na. Hij wordt groter.



We hebben besloten om de salontafel tijdelijk uit de woonkamer te halen. Meer speel en loop ruimte. Heerlijk.


Gelukkig neemt Tijs Levi af en toe mee naar buiten. Een frisse neus halen.
Niet zonder de slee natuurlijk.



Nu nog ziek. Straks weer beter.
Hoop ik.
Liefs.
De Elfstedentocht (Fries: Âlvestêdetocht) is een bijna 200 kilometer lange schaatstocht over natuurijs die wordt georganiseerd door de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Leeuwarden, de hoofdstad van Friesland, is vanouds de start- en aankomstplaats. De Elfstedentocht werd voor het eerst in 1909 gereden en wordt maximaal eenmaal per winter gehouden. De tocht kan alleen georganiseerd worden als de toestand van het ijs het toelaat. In totaal werd de tocht vijftien maal verreden. De laatste tocht vond plaats in 1997.
Zodra je de radio of de televisie aanzet vliegen de termen; dik ijs, Friesland, ijstransplantaties en Bartlehiem je om de oren. ‘Elfstedenkoorts’, zoals ze het noemen. Persoonlijk heb ik niets met schaatsen, maar als wij afgelopen weekend een kijkje nemen op het ijs, baal ik dat ik niet meer in het bezit ben van schaatsen.
Gewoon even proberen. Kijken of ik het nog kan.
Maar helaas. Wij doen het met schoenen en kijken toe.



Traditioneel wordt er warme chocolademelk en soep gemaakt voor de fanatieke schaatsers.


Wij hebben zo onze eigen manier om op te warmen.



Het geluid van de schaatsen en de striemen die de schaatsers in de sneeuw achterlaten, geven mij het échte wintergevoel.
Het is lang geleden dat ik zoveel mensen bij elkaar en met elkaar heb zien schaatsen.



Het was koud, maar het plaatje was ongelooflijk mooi. Hollands op zijn top.
Voor de echte liefhebbers hoop ik dat het doorzet en dat die blijkbaar zo gewilde Elfstedentocht door kan gaan.
De liefhebbers mogen het doen. Ik bekijk het dan wel thuis.
Warm vanaf de bank.
Liefs.
Er komt verandering in onze toekomst.
Na een tijd thuis te hebben gezeten, lijkt het er nu toch echt op dat Tijs werk heeft gevonden.
Tijs heeft vroeger vanaf zijn zeventiende tot aan zijn vijfentwintigste in de binnenvaart als beginnende Matroos en later als Stuurman gewerkt. Op het moment dat hij gedag zei tegen het werken op het water, wou hij aan wal gaan werken. Tot aan vandaag heeft hij hier zijn draai niet kunnen vinden. Hij mist het kabbelende water. Hij mist het harde werken op een schip.
‘Eens een schipper, altijd een schipper’, zoals hij altijd zegt.



Hij heeft het er vaker over gehad, maar onze situatie was onstabiel. Het werken in de binnenvaart betekent één of twee weken op het water en daarna één of twee weken aan wal. Thuis dus. Ons leven was veranderlijk en onstabiel. Ik kon het niet voor me zien dat hij één of twee volle weken van huis weg zou zijn. Ik zou dat niet trekken.
Toen niet.


Nu is het anders.
Er is weer ritme in ons gezin. Ik ben geduldiger, gelukkiger en stabieler. Ik kan het nu aan. Het zou misschien juist goed voor ons zijn. Ik krijg dan de kans om hem te missen. Weer naar hem te verlangen. Ik kan uitkijken naar die dag dat hij weer thuis komt.
Waar we nu vierentwintig uur per dag op elkaars lip zitten, zullen we dan onze ‘eigen’ dingen krijgen. Niet meer alleen ‘wij’. Ook ‘ik’ en ‘jij’.


Tijs is er klaar voor en ik ben er klaar voor. Na zeven jaar vaar ervaring had hij nog wat mensen die hij kon bellen en het balletje begon te rollen. Nu vandaag op drie februari heeft Tijs een schip gevonden. Hij mag varen. Vijftien februari gaat hij aan boord en zal ik hem voor het eerst één week moeten missen. ‘Godzijdank één week en niet twee weken’. Mijn beloning zal zijn om hem daarna weer een week thuis te hebben. Woensdag tot woensdag.
Ik ben benieuwd. Ons leven zal veranderen. Zijn leven. Mijn leven. Hij aan boord en ik samen met Levi thuis.

Spannend.
Samen met Levi thuis. Alleen wij tweetjes. Een dubbelgevoel. Missen en genieten.
Liefs.