October 2011 archive

Confrontatie

woensdagavond zit ik met een bord eten op mijn schoot naar de televisie te staren die aanstaat. Ik zie het beeld knipperen en flitsen, maar zie niet wat er gebeurt. Ik kauw en slik mijn eten door, maar proef niet wat ik eet. ‘Ik word misselijk’, zeg ik tegen Tijs die naast mij zit. Hij kijkt naar me en zegt: ‘Je wil graag bij je moeder zijn he?’. Mezelf sterk houdend schud ik nee, maar de tranen branden in mijn ogen. Een uur gelden zijn mam en Chris net bij ons weggereden en ik wil sterk kunnen zijn. Maar hij heeft gelijk. Ik wil bij mijn moeder zijn. Tijs staat op en pakt de telefoon. ‘Is het goed als wij vanavond bij jullie komen slapen?, ik zie aan Kim dat ze het allerliefst bij jullie in de buurt is’. Als Tijs ophangt en zegt dat we onze spullen moeten pakken en niet thuis slapen, voel ik direct opluchting. Ik wil naar mijn moeder, bij haar in de buurt zijn en haar knuffelen als ik dat wil. Blijkbaar is moederliefde uiteindelijk het sterkst. Tijs en ik hebben veel steun aan elkaar, maar zitten allebei zo vol met eigen gedachten en verdriet, dat het moeilijk is om elkaar die steun te geven die je nodig hebt.

De volgende dag hebben Tijs en ik om half twee een afspraak in het ziekenhuis en zal ik te horen krijgen wanneer ik moet gaan bevallen. Als de arts ons uit de wachtkamer komt ophalen, zegt ze dat we eerst nog een keer een echo moeten maken. ‘Er komt ook nog even een andere arts meekijken. Er zijn toch nog wat dingen die nog niet helemaal helder zijn’. Als de arts het apparatuur aansluit en ik hem weer zie spartelen en volop leven op het schermpje boven mij, is dat confronterend. De meekijkende arts neemt het over en kijkt zelf ook even. Er is blijkbaar sprake van Anencefalie in combinatie met Exencephaly. ‘Weer een nieuw woord’, denk ik. Exencephaly is een aandoening waarbij er hersengroei is, maar waarbij er een gat of soms een klein gaatje in de schedel zit. Vaak valt dit te opereren. Ons kindje heeft geen schedel, maar wel hersengroei. Het kindje blijkt wel degelijk hersens te hebben. Ik raak in de war. Wat betekent dit dan? Ik begrijp dat een baby’tje zonder hersens geen gevoel van emotie of pijn kan voelen, maar als het wel hersens heeft, wat houdt dit dan in? De arts legt mij uit dat de overlevingskans nog altijd nul komma nul procent blijft, omdat zijn hersens buiten zijn lichaam groeien. ‘Maar het heeft dus wel hersens?. Ze vertelt dat zijn grote hersenen, de linker en de rechterhelft zijn aangegroeid en zelfs al iets van structuur heeft, maar niet kan overleven omdat het niet beschermd is. Uiteindelijk heeft hij altijd zijn hersenpan nodig om te overleven en bescherming tegen bloedingen, kneuzingen en aantasting van het vruchtwater. Mijn gedachten schieten weer alle kanten uit en snap ik er niks meer van. De rest van het gesprek probeer ik zoveel informatie op te nemen en de vragen te stellen die ik had. Na het gesprek staat de afspraak voor maandagochtend vast. ‘Ons laatste weekend met ons viertjes’, zeg ik tegen Tijs als we door de kille gangen van het ziekenhuis onze weg weer naar buiten zoeken.

P1040024

P1040019

Als we thuis komen bij mam, chris en Levi staat er een doosje op tafel. Een klein doosje. ‘Nog even wachten alsjeblieft’, vraag ik aan Tijs als hij het doosje pakt. Ik ben er nog niet klaar voor. Na wat drinken en even nagepraat te hebben over de verwarrende middag in het ziekenhuis pak ik een mesje en open voorzichtig het doosje. Een piepklein, maar compleet en lief mandje zit erin. Zo ongelofelijk klein. Ik kijk ernaar, maar besef het niet. ‘Hier past ons kindje toch nooit in?. Het mandje is vijfentwintig centimeter. Ons kindje zal zo rond de twintig centimeter zijn en dus ruim in het lieve mandje passen. Ongeveer zo groot als een potlood. Als we het allemaal in handen hebben gehad en rustig bekeken, doe ik het mandje weer terug in de doos. Ik vind het te confronterend.

P1040010

P1040013

P1040009

Levi is de afgelopen dagen wat rustiger en slaapt meer dan normaal. Ik betrap me er zelf af en toe op dat ik hem misschien wel te weinig aandacht geef. Ik kan het even niet opbrengen. Mijn gedacht en gevoelens zijn zo ergens anders. Ik ben dankbaar voor mijn ouders en Tijs zijn ouders die ons enorm steunen en Levi de aandacht kunnen geven, die ik hem deze dagen even niet kan bieden. Lekker met opa Chris spetteren en spatteren in de gootsteen. De grootste lol en schaterlachjes klinken vanuit de keuken. Levi is zo lief en lijkt af en toe wel te snappen dat mama en papa Tijs even niet zoveel tijd hebben. Waar hij normaal nooit wil knuffelen, ligt hij nu af en toe wel een half uurtje tegen Tijs of mij aan als wij hem uit bed halen. Zoveel geduld. Levi is en blijft mijn grote schat.

Een plekje voor Jou

Mandje

Zo weinig te koop voor vroeggeboortes. Een kindje van twintig centimeter een plekje geven blijkt niet eenvoudig. Ik gun hem iets moois, iets zachts en iets waardigs. Als hij bij ons weggaat moet dat in het allermooist wat wij voor hem kunnen vinden. Een gevoel van opluchting en begrip vind ik op de site kindermandjes.nl. Een mooi en lief assortiment speciaal op maat gemaakt voor vroeggeboren baby’s. Tijs en ik zijn het gelijk eens over dit wit met blauwe kindermandje. Een mandje van vijfentwintig centimeter groot. Ook kunnen wij het mandje afsluiten als wij ons kindje moeten wegbrengen. Er word een knuffeltje bij geleverd van hetzelfde materiaal wat geschikt is voor een crematie. Hij zal warm toegedekt liggen in een wit met blauw gekleurd wikkeldoekje. Na een telefoontje met het bedrijf, worden wij erop gewezen om het kindje niet meer uit de wikkeldoek te halen als hij er eenmaal in ligt. Dit omdat zijn velletje te teer en kwetsbaar is en kan gaan loslaten. Als ik dat hoor besef ik weer hoe kwetsbaar hij is. In dit mandje,knuffeltje en wikkeldoek vind ik heel veel troost. Hem waardig toe kunnen stoppen en waardig kunnen wegbrengen betekent heel veel voor mij. Dit is het enige wat wij voor hem kunnen doen. Morgen word het bezorgd en zal het zwaar zijn als ik krijg te zien hoe klein de wikkeldoek en het mandje is. Een confrontatie wat ik liever niet wil, maar moet aangaan. Een voorbereiding op de bevalling en op de geboorte…

Wikkeldoek

Twijfels

Dankbaar dat je ons als je ouders hebt uitgekozen. Maar verdrietig dat we maar zo kort van je mogen genieten. Wij houden van jou, lieve zoon…

Na het lezen van verhalen van andere moeders die hun kindje hebben verloren aan Anencefalie, slaan de twijfels toe. Het verhaal van een vrouw die haar zwangerschap volledig heeft uitgedragen, heeft na de bevalling nog drieënvijftig uur haar kindje levend bij zich gehad. Ze beschrijft dat ze hem in bad doet, dat het kindje huilt, slaapt en wakker wordt en het kindje reageert op haar en de omgeving. De dokter heeft mij verteld dat deze kindjes geen bewustzijn en geen gevoelens kunnen hebben. Na het lezen van deze verhalen begin ik daar aan te twijfelen. Ik kan er ‘s nachts niet van slapen. ‘Wie ben ik ook om te beslissen dat mijn zoontje nu moet overlijden’. Ik lig te woelen en te draaien en kan mijn tranen niet binnen houden. Ik klim uit mijn bed en ga naar beneden. Normaal loopt een zwangerschap met een kindje met deze aandoening uit op een miskraam. Vaak al in de eerste weken. ‘Waarom is mijn kindje dan zo vastbesloten in mij blijven zitten?’. Sinds ik het kan begrijpen geloof ik erin dat alles met een reden gebeurt. Het is één uur in de nacht en ik voel me radeloos en alleen. Emotioneel als ik ben haal ik van alles in mijn hoofd en kan ineen keer niet meer begrijpen waarom ik zo makkelijk heb besloten, dat ik de bevalling zo snel mogelijk wil afbreken. ‘Wie ben ik om dat voor mijn kleine te beslissen?’. Misschien betekent het ook wel iets dat ik hem nog steeds levend in mijn buik mag dragen. Ik raak in de war en ben oververmoeid en kan niet meer. Ik wil niet meer denken, niet meer voelen.

Voor ik het weet is het drie uur geweest en besluit ik weer in bed te kruipen. ‘Misschien moeten we de zwangerschap toch maar niet afbreken’, zeg ik tegen Tijs als ik hem probeer wakker te maken. Tijs mompelt dat dat niet kan, omdat dat voor mij en het kindje helemaal niet goed is. Hij slaapt. Eindelijk ligt hij lekker te slapen en ik besluit om hem met rust te laten. Morgen praten we wel weer verder. Ik draai mij om, maar kan nog steeds niet slapen.

De volgende ochtend sta ik met een bonkend hoofd op en denk terug aan mijn verwarde nacht. Na een kop thee en een broodje voel ik mij weer wat beter en zie ik alles weer anders. Als mijn verloskundige belt, vertel ik haar over mijn twijfels. Ze legt mij goed en rustig uit dat mijn zoontje nul procent overlevingskans heeft en het voor mezelf, maar ook voor mijn kindje nog veel zwaarder maak dan het al is. Je kindje zou hoe dan ook sterven. Het vruchtwater in mijn buik heeft een sterkte, waardoor het vliesje wat uit zijn hoofdje groeit snel aangetast word. Hoe langer het kindje in mijn buik zit, hoe meer het aangetast zal worden. Ook is het voor mij een lijdensweg als ik nog eens twintig weken een kindje moet dragen, waarvan ik weet dat het komt te overlijden. Ik kan mijzelf verliezen in verdriet, waardoor ik lang niet zo helder meer ben om met een helder geest afscheid te nemen. Dankzij het gesprek met mijn verloskundige kom ik weer terug bij mijn eerste besluit. Om de zwangerschap af te breken staat vast en zal ergens volgende week plaatsvinden. Donderdag heb ik om half twee een gesprek in het ziekenhuis en kan ik mijn nog niet beantwoorde vragen stellen en zal ik weten wanneer ik ingeleid word en ik mijn kindje in mijn armen zal krijgen.

Het zoeken naar een mandje en kleertjes is de volgende stap. Mijn zoontje moet een plekje krijgen waar hij veilig en warm in kan liggen als hij thuis zal komen. Ook zal hij in dat mandje en in die kleertjes vervolgens weer gecremeerd worden. Voor een waardig afscheid wil ik het allermooist en allerliefst voor hem…

Quote

Laatste kostbare Uurtjes

Hoe kan een moeder omgaan met het bericht dat haar ongeboren zoon buiten de baarmoeder niet zal kunnen overleven. ‘Zolang het kindje in je buik zit zal het blijven leven, maar als het geboren word zal het zonder twijfel sterven’. Dat waren de woorden die de mevrouw vanmorgen bij de echoscopie tegen mij zei, nadat ze geconstateerd had dat mijn zoontje de aangeboren afwijking Anencefalie heeft. Een afwijking waarin de schedel niet volgroeid is, waardoor de hersens buiten zijn lichaam groeien. Zolang hij in mijn buik zit, krijgt hij zuurstof en voeding via mij, maar als dat stopt zal hij niet in leven kunnen blijven.

Het plan was om na de echo mijn moeder te verrassen met een blauw of roze rompertje, maar nu hebben we het over begrafenisverzekeringen en crematies. Mijn kindje gaat sterven. Hoe dan ook, het zal sterven. Misschien tijdens de geboorte, maar misschien ook in onze armen. Er zijn gevallen waarvan de kindjes nog een uur of zelfs een paar uur in leven zijn na de geboorte. In die kostbare uren moet je afscheid nemen. Als hij tijdens de geboorte sterft zal ik hem nooit horen ademen. Hij is dan al dood voordat ik hem heb gezien.

Ik kan het niet bevatten en niet begrijpen. ‘Maar ik voel hem juist zo goed trappelen in mijn buik’. ‘Normaal worden de bewegingen van een kindje aangestuurd door de hersenen, waardoor het gecontroleerde bewegingen kan maken. Een baby met anencefalie heeft die controle niet, omdat hij dat stukje in zijn hersenen mist’, legt de vrouw mij uit. Ik barst in tranen uit en wil daar weg. Ik wil naar mijn moeder en naar Levi. Tijs en ik zijn zo in schrik dat we het allemaal niet meer weten. We moeten nu dingen regelen waar ik helemaal niet bij stil wil staan. Kleertjes uitzoeken voor een mannetje van twintig centimeter lang, een crematie regelen, beslissen of ik de zwangerschap wil afbreken of voldragen. Voor mij is de zwangerschap uitragen geen optie. Ik kan dat niet aan. Ik raak te gehecht aan het kindje. Met een overlevingskans van nul komma nul procent zie ik geen reden om hier nog twintig weken mee door te lopen. Ik maak het dan alleen maar zwaarder voor mezelf. Ik kan het nu al niet. Ergens volgende week ga ik bevallen van mijn zoontje die zo klein en kwetsbaar is. Ik als moeder kan niks voor hem betekenen. Ik sta volledig machteloos. De zwangerschap uitdragen of niet, mijn zoontje zal overlijden.

Het word een moeilijke periode. Zolang mijn kleine vent nog in mijn buik kriebelt en leeft zal ik elke seconde bij hem zijn en van hem genieten. Voor ik het weet is hij voor altijd bij mij weg. Ik zal niet voor hem mogen zorgen. Hem niet kunnen zien opgroeien.

Onze laatste kostbare uurtjes samen zijn ingegaan…

birth

In mijn Buik

Hé kleine…

Veilig en warm draag ik jou overal mee naar toe. Nieuwsgierig naar het kleine popje dat ik dagelijks voel dansen in mijn buik. Zodra ik ga liggen om te gaan slapen, word jij wakker. Ik voel je spartelen en schoppen. ‘Hoe zou je eruit zien?, hoe zal je ruiken?, word je voor Levi een broertje of een zusje?. Zoveel vragen en nieuwsgierigheid waar ik in Maart pas antwoord op zal krijgen. Over een uurtje mag ik even spieken en kijken naar jou. Vanochtend hebben we de twintigweken echo en zullen papa en ik te weten komen of je een jongen of een meisje bent. Het maakt mij niks uit. Ik wil jou zoals je bent. Mijn kindje. Tot straks kleintje.

Liefs Mama

Spiegel

SONY DSC

Bramenhangop met Pistache

Een afspraak om elke week te gaan bakken of om te koken is om ervaring op te doen in de keuken, maar vooral ook voor gezelligheid. Tot nu toe verdienen we nog nog geen vijf sterren, maar mam en ik zijn aan het leren en hebben lol als we samen in de keuken staan. Donderdagavond had ik mijn moeder aan de telefoon; ‘Wij gaan morgen onverwachts een dagje naar Schiermonnikoog…’. Ik reageer niet gelijk enthousiast, ze klinkt nogal afwachtend. ‘Het bakken kan dus niet doorgaan…’, zei ze vervolgens zachtjes. Ik moest lachen. ‘Dat geeft toch helemaal niks!, reageerde ik verontwaardigd. Zo een dag onverwachts lekker uitwaaien bij de zee op een eiland is heerlijk. Een ‘vaste’ dag om in de keuken te knoeien is niet een reden om dat niet door te laten gaan. Een simpele oplossing om alsnog iets eetbaars in elkaar te flansen, was iets te maken op de zaterdag. ‘Dat doen we, en veel plezier morgen!’.

Levi en ik

Oliebol eten

‘Een nagerecht hebben we nog niet gemaakt’. Mam bladert door de Allerhande van de Albert Heijn en vind een simpel, leuk uitziend nagerecht. Hier zijn geen pannen, vuur of ovens voor nodig en het is snel klaar. Aangezien Tijs, Levi en ik gister bij het zusje van Tijs hebben gelogeerd, ben ik moe na een gezellig avondje eten en kaartspelletjes uitleggen en spelen. ‘Een simpel gerechtje klinkt prima’, antwoord ik tevreden. Als we naar buiten kijken is de lucht ijs blauw en straalt de zon. Het besluit om naar de winkel te wandelen voor de boodschapjes is gauw gemaakt. Onderweg heeft Levi de tijd van zijn dag. Buitenlucht, zon en een andere omgeving doet hem goed. ‘Het is een echt buitenmannetje’, merkt mam op. Bij de Action krijgt Levi van zijn opa Chris een trommel waar hij zonder twijfel direct gretig gebruik van maakt en koop ik lekkere warme pantoffels.

Toetje

Eenmaal weer veilig en warm thuis, gaan mam en ik direct aan de slag. Het verbaast ons hoe gauw en hoe makkelijk het is. Voor het eerst zijn we eerlijk tevreden over het eindresultaat en serveren we trots ons desserts aan de mannen. ‘Goedgekeurd..!’ Een perfect recept om te maken als je eters hebt, maar stiekem geen zin hebt om uren in de keuken te staan.

Klik hier voor het recept.

Kermis

Met één jaar oud twijfelen we of we met Levi heen moeten gaan; de kindermiddag op de kermis. De drukte, de harde muziek en alle bewegende attracties met knipperende lichtjes zijn veel indrukken voor een kindje van een jaar oud. In Levi zijn eerste levensjaar heb ik geprobeerd om hem zoveel mogelijk weg te houden bij plekken of evenementen met veel drukte. Ik wil rust en veiligheid voor hem. Toch denk ik dat het belangrijk is om hem kennis te laten maken met dit soort dingen. Het is ook niet de bedoeling dat hij straks schuw of bang is als er lawaai of veel mensen zijn, gewoonweg omdat hij het niet kent.

Tijs en Levi

Kermis

Draaimolen

Levi heeft weleens eerder in een draaimolen gezeten en dat vond hij prachtig. Vandaag was de laatste dag van de kermis en de laatste kans om Levi in een stoere auto in de draaimolen te zetten. Tijs en ik besluiten om toch maar te gaan. Als we de kermis oplopen kijkt Levi nog een beetje onzeker rond en vergaapt zich aan alle lichtjes en speelgoed om zich heen, maar het went al gauw. Tijs koopt twee kaartjes voor de draaimolen en zoekt een stoere auto uit. Als Levi eenmaal achter het stuur zit verschijnt er een grote glimlach op zijn gezicht en kan zijn middag al niet meer stuk. Ik sta met een brok in mijn keel aan de zijkant toe te kijken. ‘Wat word hij al groot’. Zoveel plezier als hij heeft en Tijs die zo lief en zorgzaam naast hem zit, maakt mij blij. Gelukkig heb ik mijn camera bij mij en probeer ik snel wat fotootjes te schieten. Elke keer als Levi weer rond is, zegt Tijs: ‘Kijk, mama!’ en wijst dan mijn kant op. Ik zie Levi snel met zijn oogjes heen en weer schieten langs onbekende mensen, maar als hij mij ziet blijft zijn hoofdje steken en lacht hij. ‘Die schat’. Met elk rondje zie ik een rood bosje krullen boven een arm uitkomen. ‘Dat is mijn zoon, onmisbaar’. Als de draaimolen stopt is Tijs degeen die duizelig aan komt lopen. ‘Wat een rondjes zeg!’. Maar Levi lacht en daar gaat het om.

Touwtje Trekken

Vis

Gewonnen

Als we langs de kraam lopen met hangende touwtjes mag Levi touwtje trekken. We gaan voor de vis. Aangezien Levi nu elke keer ‘Tissh’ zegt als hij een vis in een boek of op tv ziet, denken we dat hij dat leuk vind. Na drie keer aan het touwtje getrokken te hebben, mogen we de gekleurde vis van de man achter de kraam mee naar huis nemen. Levi stopt hem gelijk in zijn mond en is er blij mee. Wanneer Levi weer in de kinderwagen zit begint het hard te regenen. We vouwen de regenkap om de wagen heen en lopen gauw terug naar de auto. Als we thuis zijn zet ik voor ons thee en blijven we de rest van de dag gezellig binnen.

Op een Wip Wap

Als ik de huistelefoon opneem is het mijn vriendin aan de andere kant van de lijn; ‘Kim!, waar hang je toch uit?’. Mijn mobiel is stuk en ontvang ik geen berichtjes en ben ik onbereikbaar. ‘Ga je alsjeblieft mee vanavond? Iedereen gaat!’, smeekt ze. Voor de achthonderd en elfde keer is het dit jaar feestweek in het dorp en is het een graag bezochte uitgaans traditie. Van maandag op dinsdag heb je dé nacht. Een nacht waar je naar toe moet en waar alles gebeurt. Je mag het niet missen. Al jaren doe ik mee aan deze feest gekte waarin ik koukleumend tot in de late uurtjes over de kermis liep en van kroeg naar kroeg ging. Voordat je een kroeg binnen was, heb je eerst een half uur in een dringende rij gestaan, mensen drukken en duwen alsof hun leven ervan hangt en als je eenmaal binnen bent valt het eigenlijk allemaal wel tegen. Toch ging ik elk jaar traditie getrouw weer heen. Vies gebakken hamburgers eten voor drie euro vijftig, ontzettend oververmoeid op stap op aandringen van vriendinnen en koud tot op mijn botten door het buiten rondzwerven.

Nieuw pad

                                                                 weheartit.com

Dit jaar was het anders. Ik had er niet eens over nagedacht. Elke dag reed ik langs de groot uithangende promotie borden die het aanprezen als een groot circus, maar ik las het niet. Vooraf bedacht ik al hoe de dagen en nachten zouden verlopen en bleef ik liever warm thuis met mijn kindje om samen naar Bumba te kijken. Toch komt er een twijfel als ik haar aan de telefoon heb. Het is al aan het eind van de middag en ik heb niet eens een oppas, dus ik kaats het gelijk af. ‘Ik heb Leev toch’, zeg ik logisch. ‘Maar kan je niet iets regelen?’. Uiteindelijk besluit ze dat ik een half uurtje moet gaan nadenken en haar dan weer moet terugbellen. Als ik ophang kijk ik naar Tijs die tegenover mij op de bank zit. ‘Ze wil op stap’. Tijs is wijs en wijst mij erop dat wij Levi hebben en niet zomaar op stap kunnen. Ik krijg ongewild toch oude herkenbare kriebels in mijn buik en bel ik mam. Mijn moeder voelt zich niet helemaal fit, maar als ik zeg dat ik Levi pas na het eten en badderen wil brengen, vind ze het niet erg. Ineens heb ik een oppas en kunnen Tijs en ik toch op stap. Ik bel gelijk terug en zeg dat we begin van de avond wel bij haar zijn.

Nu ik op dinsdagavond moe en gebroken achter de computer zit, denk ik dubbel terug aan afgelopen nacht. Tijs en ik hebben het naar onze zin gehad, maar het was bij lange na niet zoals voorgaande jaren. Ik zit op een wip wap. Het verlangen en de drang om net als ‘vroeger’ op stap te gaan heb ik nog regelmatig, maar als ik er ben, snap ik niet wat ik daar doe. Zal dit het ouder worden zijn? Volwassen worden? Het moeder zijn? Ik ken andere jonge moeders van mijn leeftijd die hun kindje regelmatig naar een oppas brengen om eens lekker een avond helemaal ‘los’ te gaan. Ik herken mij hier niet in. Het is weg, maar de drang is er nog. Het voelt als een kruispunt, maar als ik links ging, waar gaat rechts dan heen? Nooit meer een avond op stap? Misschien wil ik wel op stap met een ander inhoud. Een avond met zijn tweeën lekker uit eten en daarna een filmpje pakken. Of een dagje in een kuuroord volledig ontspannen en opladen. Ik weet niet goed wat het is, maar ik merk dat ik verander. Accepteren en niet meer willen, wat ik niet meer hoef is misschien een opluchting. Mijn jongere ‘ik’ loslaten en worden wie ik nu eigenlijk ben. Ik heb mensen weleens horen zeggen: ‘Als je een kindje krijgt, word je snel volwassen’. Het klonk mij altijd cliché in de oren, maar misschien hebben ze toch gelijk…

Herfst in Huis

Met de pennenstreep nog op zijn wang, pakken we Levi in om een blokje om te gaan wandelen. Voor mijn verjaardag heb ik van Tijs een toren van schaaltjes van Riviera Maison gekregen. Al die tijd had ik er snoepjes of suiker in, maar nu de herfst er is wil ik er herfstsfeer van buiten in. Met ons allen gaan we op zoek naar beukennootjes, kastanjes en appeltjes om de schaaltjes mee te vullen. Levi ziet er zo ontzettend schattig uit met zijn nieuwe muts en handschoentjes. Het mutsje is alleen nog wat groot, waardoor zijn muts gauw over zijn oogjes zakt en meneertje niks meer ziet.

Muts

P1030621

Tijs gaat door de knieën en Levi helpt mee met zoeken. Ik ben gek op de herfst. Koud weer met mooie ochtendzonnestralen die het weer toch aangenaam maken. Als we thuiskomen krijgt Levi een lekker koekje met ranja en mag hij naar zijn grote held Bumba kijken op de televisie en is tevreden. Afgelopen nacht werd hij één keer wakker en sliep vervolgens gelijk weer door. Jammer genoeg is mijn biologische klok al helemaal ingesteld op zijn nachtelijke uurtjes, waardoor ik rond half vijf in mijn eentje beneden zat. Toen ik weer in bed kroop viel ik gelukkig nog even in slaap en werd Levi om twintig over zeven pas wakker. Ik zie gelijk aan hem dat dat hem goed doet. Ik vul mijn schaaltjes met de kastanjes en de appeltjes die we verzameld hebben en geef het een mooi plekje.’Stiekem fantaseer ik over een kerstboom en warme chocolademelk in december met witte straten. ‘Nog even wachten’, zeg ik in mezelf. En besluit eerst van dit seizoen te genieten, want het is zo weer voorbij. Vierentwintig oktober hebben we onze twintig weken echo. Allebei willen we graag weten wat het word en kunnen eigenlijk niet meer wachten. ‘Spannend!’.

tn_P1030629

tn_P1030626